Leidse hoogleraren vanaf 1575

Toelichting

Op deze website vindt u de gegevens van alle ruim 1800 hoogleraren en lectoren die in dienst zijn geweest van de Universiteit Leiden vanaf 1575. Hier worden momenteel ook de gegevens van de 700 zittende hoogleraren aan toegevoegd. Hiertoe behoren personalia (naam, geboorteplaats, jaartallen), gegevens over hun promotie, benoemingen en leeropdrachten, verwijzingen naar hun publicaties en hun portretten.

Benoeming tot hoogleraar of lector

De geleerden in deze website waren ofwel hoogleraar (gewoon, buitengewoon of bijzonder) ofwel lector (gewoon, buitengewoon of bijzonder). Een lector, een rang die in 1985 bij wet is afgeschaft, was feitelijk een hoogleraar van lagere rang en met minder rechten. Tijdelijke en honoraire hoogleraren en lectoren zijn ook als zodanig vermeld. Als iemand een wisselleerstoel bezette, zoals bijvoorbeeld de Cleveringa-, Lorentz-, of Boerhaaveleerstoel, is dat bij de leeropdracht aangegeven.

Het gebruik van portretten uit onze collecties

Het Academisch Historisch Museum in het Academiegebouw en de Universitaire Bibliotheken Leiden beschikken over grote hoeveelheden portretten, schilderijen, sculpturen, prenten, tekeningen en foto’s, al dan niet digitaal. Vanouds zijn ook de faculteiten in het bezit van portretten. Van een aantal bekende hoogleraren zijn vele portretten bekend (zoals Scaliger en  Boerhaave), maar er zijn ook wetenschappers van wie zich geen enkel portret in de collecties van de universiteit bevindt.

Geraadpleegde bronnen voor personalia

Voor het achterhalen van de personalia van hoogleraren en lectoren van voor 1991 is met name gebruik gemaakt van de drie uitgaven van het Album Scholasticum (1941, 1975 en 1991). Gegevens van na 1991 zijn ontleend aan een aantal latere publicaties over Leidse hoogleraren. Voor de meest recente gegevens is gebruik gemaakt van de (digitale) archieven van de universiteit. Biografische naslagwerken (Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, Nationaal Biografisch Woordenboek, Biografisch Woordenboek der Nederlanden door Van der Aa) werden geraadpleegd via het Biografisch Portaal van Nederland.

De volgende gedrukte bronnen zijn geraadpleegd:

  • Album Scholasticum Academiae Lugduno-Batavae MDLXXV-MCMXL. Leiden 1941.
  • Album Scholasticum Academiae Lugduno-Batavae MCMXL-MCMLXXIV. Leiden 1975.
  • Leidse hoogleraren en lectoren. 7 dln. Leiden 1983-1985.
  • Album Scholasticum Academiae Lugduno-Batavae MCMV-MCMLXXXIX. Leiden 1991.
  • Wim van Amerongen e.a., Leidse professoren. Leiden 2001.
  • A. van Ingen Scholten, Leiden professors and their fascination. Leiden 2005.
  • D. Wallé, Leiden medical professors 1575-1940. Leiden 2007.
  • Gerrit van Dijk, Leidse hoogleraren wiskunde 1575-1975. Leiden 2011.

Hoewel gestreefd is naar volledigheid, is het niets steeds gelukt een compleet beeld te geven van alle hoogleraren. Zeker bij de hoogleraren uit de vroegste jaren van de universiteit is niet altijd bekend wat hun precieze leeropdracht was, wanneer ze gepromoveerd zijn of wanneer ze bijvoorbeeld uit dienst zijn gegaan.

Benaming van faculteiten en vakgebieden

Behalve door hun leeropdracht zijn lectoren en hoogleraren ook gekenmerkt door een faculteit en vakgebied. De namen van faculteiten en vakgebieden laten zien in welke wetenschappelijke discipline de geleerde zich bewoog en in welke samenhang zijn activiteiten plaatsvonden.  Aangezien faculteiten en vakgebieden in de loop van eeuwen vaak veranderd zijn van naam en organisatie is niet gestreefd naar gebruik van historisch juiste benamingen, maar is er gekozen voor een formulering die zinvol en effectief is.

Voor de namen van de faculteiten is uitgegaan van de situatie rond 2000, toen er een verdeling was in acht faculteiten: Archeologie, Geneeskunde, Godgeleerdheid, Letteren, Rechtsgeleerdheid, Sociale Wetenschappen, Wijsbegeerte en Wiskunde en Natuurwetenschappen. 

Voor vakgebieden geldt dat sommigen al bestaan sinds de beginjaren van de universiteit, wiskunde bijvoorbeeld. Andere zijn van meer recente datum, zoals Informatica of Pedagogiek. Van enkele vakgebieden die niet in een moderne term te vangen waren, is de oude benaming behouden. Zo is Nederduytsche Mathematique de benaming van de door prins Maurits zo vurig gewenste ingenieursopleiding; Vrije Consten en Scientiën zijn ook niet zo eenvoudig te vertalen naar een hedendaagse term. In het algemeen is gekozen voor Nederlandse benamingen. Heelkunde in plaats van Chirurgie, Taalwetenschap in plaats van Linguïstiek, het zijn benamingen die de continuïteit door de eeuwen heen benadrukken.

De vakgebieden zijn in de eerste plaats opgenomen om het bladeren en zoeken te vergemakkelijken. Niet iedere lector of hoogleraar is van een vakgebied voorzien. Sommige leeropdrachten zijn zo specialistisch dat een vakgebied te beperkt is of juist zo breed van invulling dat de facultaire aanduiding volstaat.

©2015 Universitaire Bibliotheken Leiden www.bibliotheek.leidenuniv.nl